Laadpalen voor uw wagenpark op eigen zonnestroom: aansluiting, batterij en subsidie
Laadpalen op eigen terrein zonder netverzwaring: de rekensom van uw aansluiting, laden op eigen zon, wat een bedrijfsaccu toevoegt en SPriLa, EIA en Flex-E.
In het kort: vanaf 1 januari 2027 mogen Euro 5-dieselbestelauto’s de zero-emissiezone van Enschede niet meer in en moeten bedrijfspanden met meer dan twintig parkeerplaatsen één laadpunt per tien plaatsen hebben. Veel Twentse ondernemers gaan daarom in 2027 laadpalen plaatsen, en lopen dan tegen dezelfde muur aan als bij een zonnedak of een nieuwe machine: de netaansluiting. Dit artikel rekent voor wat laadpalen van uw aansluiting vragen, wanneer laden op eigen zonnestroom echt werkt, wat een bedrijfsaccu toevoegt, welke subsidie er is (SPriLa, EIA, Flex-E) en in welke gevallen u beter kunt wachten.
Waarom 2027 het jaar van de laadpaal wordt
Twee regels vallen samen. Sinds 1 juli 2025 heeft Enschede een zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s in de binnenstad. Volgens de landelijke toegangsregels hebben dieselbestelauto’s met emissieklasse 5 tot 1 januari 2027 toegang en Euro 6-bestelauto’s die vóór 2025 op kenteken kwamen tot 1 januari 2029; alles wat sinds 1 januari 2025 nieuw is geregistreerd, moet al emissievrij zijn. Wie klanten in het centrum bedient, vervangt de Euro 5-bus dus dit jaar of begin volgend jaar, en de opvolger is vrijwel altijd elektrisch.
Tegelijk verandert de bouwregelgeving. Volgens Ondernemersplein moeten bestaande bedrijfspanden met meer dan twintig parkeerplaatsen nu al één laadpunt hebben, en vanaf 1 januari 2027 minimaal één per tien parkeerplaatsen of leidingdoorvoeren voor de helft van de plaatsen. Bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwing met meer dan vijf parkeerplaatsen is het één laadpunt per vijf plaatsen plus voorbekabeling. De uitzondering is als de kosten meer dan tien procent van de totale renovatiekosten bedragen, aan te tonen met offertes.
De rekensom van uw aansluiting
Een gewoon laadpunt voor een bestelauto of personenauto laadt met 11 kW: drie fasen van 16 ampère. De meeste mkb-bedrijven in Twente hebben een kleinverbruikersaansluiting van maximaal 3x80 ampère, en die levert in totaal ongeveer 55 kW. Vijf auto’s die tegelijk op vol vermogen laden, nemen dus de hele aansluiting in beslag; wat het bedrijf zelf op dat moment vraagt, aan compressoren, koeling of een productielijn, komt daar bovenop. In de praktijk merkt u dat niet aan een hoofdzekering die eruit vliegt, maar aan een installateur die de belastingberekening niet rond krijgt.
De eerste oplossing is geen zwaardere aansluiting maar slimmer verdelen. Met dynamic load balancing meet een regelaar wat het bedrijf verbruikt en verdeelt hij de rest over de auto’s die aan de stekker hangen. Staan er ‘s avonds acht bestelauto’s, dan laden ze ieder langzamer en zijn ze tegen de ochtend alsnog vol: een bus die 100 kilometer heeft gereden, heeft grofweg aan twee tot drie uur op 11 kW genoeg. De vraag is dus niet hoeveel laadpalen uw aansluiting aankan, maar hoeveel kilowattuur er per nacht in moet en hoeveel uur u daarvoor heeft.
Een zwaardere aansluiting aanvragen is sinds deze zomer geen vanzelfsprekende uitweg meer. Enexis meldt dat vanaf 1 juli 2026 in congestiegebieden alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen, ook van huishoudens en kleine bedrijven, op één gezamenlijke wachtlijst komen, in de volgorde van het prioriteringskader van de ACM. Aanvragen van vóór 1 juli worden meestal nog volgens de oude regels afgehandeld; nieuwe aanvragen niet. Hoe die wachtlijst in Twente uitpakt, leest u in ons artikel over netcongestie.
Laden op eigen zonnestroom: wanneer het echt werkt
Het idee is aantrekkelijk: het dak levert stroom, de auto’s rijden erop. Maar een zonnedak produceert tussen tien en vier uur, en een bestelauto van een installatiebedrijf of koerier staat op dat moment bij de klant. De zonnestroom gaat overdag het net op tegen een teruglevertarief, en de auto laadt ‘s avonds netstroom tegen het volle tarief. Laden op eigen zon werkt zonder extra maatregelen alleen voor auto’s die overdag op het terrein staan: poolauto’s, de auto’s van kantoorpersoneel en een deel van het wagenpark op rustige dagen. Voor die groep kan een laadpunt de laadstroom laten meebewegen met de zon, zoals in ons artikel over laden op eigen zonnestroom voor thuis is beschreven.
Voor het wagenpark dat ‘s avonds terugkomt, is een bedrijfsaccu de schakel tussen de zon van overdag en het laden van ‘s avonds. De accu vult zich overdag met de zonnestroom die anders het net op zou gaan, en levert die ‘s avonds aan de laadpalen. Hoeveel dat oplevert, hangt af van de verhouding tussen dakvermogen, accucapaciteit en laadvraag: een dak van 100 kWp levert op een zonnige dag ruim voldoende voor een handvol bestelauto’s, maar in december, wanneer het dak volgens het KNMI een tiende van de junistraling ontvangt, komt de laadstroom grotendeels uit het net. De rekensom moet dus over een heel jaar, niet over een mooie meidag.
Wat een bedrijfsaccu toevoegt aan een laadplein
Los van de zon doet een accu bij laadpalen wat hij bij Boomkamp Kaas in Borne en Lenferink Trappen in Albergen doet voor de productie: pieken afvangen. Bij Lenferink Trappen vangt een accu van 100 kWh de productiepieken op, aangestuurd door een EMS, zonder netverzwaring; bij Boomkamp Kaas gedraagt de bestaande aansluiting zich door een accu van 200 kWh als een zwaardere. Bij een laadplein is de piek het moment dat het wagenpark tegelijk binnenkomt. De accu levert dan bij, de aansluiting blijft binnen zijn grens, en in de nacht en overdag laadt de accu weer op.
Dat dit geen theorie is, blijkt uit de subsidiecijfers: volgens een Kamerbrief van staatssecretaris Bertram vraagt twee derde van de bedrijven die SPriLa-subsidie aanvragen voor laadpalen tegelijk subsidie aan voor een stationaire batterij. Het batterijbudget raakte daardoor in de loop van 2026 op en is in juni met 35 miljoen euro aangevuld. Wat een accu met een energiemanagementsysteem verder kan, geldt bij een laadplein onverkort.
Subsidie: SPriLa, EIA en Flex-E naast elkaar
Voor laadpalen op eigen of gehuurd terrein is de SPriLa de regeling: in 2026 maximaal 40 procent van de subsidiabele kosten voor het mkb en 20 procent voor grote bedrijven, voor laadpunten van minimaal 11 kW (AC) of 20 kW (DC) die niet openbaar toegankelijk zijn. Voor een batterij bij de laadpalen geldt 85 euro per kWh (mkb) of 60 euro per kWh (grootbedrijf), tot 1.000 kWh per locatie. Voorwaarden voor de batterij: minimaal 70 procent van de geleverde kWh gaat naar de laadpunten, de C-waarde is hoogstens 0,5, en u blijft minstens 24 maanden eigenaar. De minimale subsidie is 2.500 euro per locatie; boven 25.000 euro moet u aanvragen vóór de installatie begint, daaronder mag het tot dertien weken erna. De ronde sluit op 18 december 2026 om 12.00 uur, het totale budget is 122,5 miljoen euro.
De EIA komt daarnaast in beeld voor het zonnedak en de accu, niet voor de laadpalen zelf. Zonnepanelen van 15 tot 100 kWp en een batterij via Energielijst-code 251118 (minimaal 5 kW en 15 kWh, gekoppeld aan meer dan 15 kWp eigen opwek) leveren 40 procent extra winstaftrek; hoe dat uitpakt, staat in ons artikel over subsidie op een bedrijfsaccu. Let op de stapeling: SPriLa-subsidie op de batterij telt mee in de staatssteunruimte en verlaagt in de regel het bedrag waarover u EIA claimt. De Flex-E-ronde van 2026, voor grootverbruikers die in flexibiliteit investeren, is op 15 oktober gesloten. Voor 2027 en 2028 is 36,6 miljoen euro gereserveerd, maar de voorwaarden zijn nog niet bekend; wat dat voor u betekent, staat in ons artikel over Flex-E na 15 oktober.
Wanneer u beter kunt wachten
Een laadplein met accu is niet voor ieder bedrijf de juiste stap. Heeft u twee bestelauto’s die ‘s nachts op het terrein staan en een aansluiting die overdag nauwelijks wordt belast, dan volstaan twee laadpunten met load balancing; een accu voegt dan weinig toe. Staat het wagenpark ‘s nachts bij de medewerkers thuis, dan ligt de laadvraag daar en niet op uw terrein. Is uw dak te klein voor meer dan 15 kWp, dan vervalt de EIA op de accu en wordt de rekensom smaller. En wie zijn Euro 6-bussen tot 2029 mag blijven rijden en niet in het centrum komt, heeft de tijd om eerst het dak en de aansluiting op orde te brengen en de laadpalen daarna in te passen.
Waar het wel past, is de volgorde belangrijk: eerst het verbruiksprofiel meten, dan de aansluiting, het dak en de laadvraag in één ontwerp zetten, en pas daarna subsidie aanvragen, omdat SPriLa boven 25.000 euro vóór de installatie moet zijn ingediend. Dat begint bij ons met een energiescan op locatie: we meten wat uw aansluiting nu doet, rekenen door hoeveel laadpunten en welke accu daarin passen, en zetten de regelingen naast elkaar, zonder dat u iets hoeft aan te vragen voordat de cijfers kloppen.
Veelgestelde vragen
Vragen over dit onderwerp.
Hoeveel laadpalen kan ik op een gewone bedrijfsaansluiting kwijt?
Kan ik mijn bestelauto's laden op de zonnepanelen van het bedrijfsdak?
Wat is SPriLa en hoeveel subsidie is het?
Moet ik als bedrijf laadpalen aanleggen?
Kan ik een zwaardere aansluiting aanvragen voor de laadpalen?
Krijg ik EIA op de laadpalen zelf?
Doorpraten?
Benieuwd wat dit betekent voor jouw situatie?
Job of Guus reageert binnen 24 uur persoonlijk. Geen verkoopgesprek — eerst luisteren en doormeten, dan pas een eerlijk advies.